Google

Bezuinigen of stimuleren? Nee: belasting verschuiven!

Written on:september 9, 2013
Comments
Add One

Als je meer geld uitgeeft dan er binnenkomt, moet je ingrijpen om het huishoudboekje op orde te krijgen. Volgens de boekhouder zal je op de uitgaven moeten bezuinigen. Een echte ondernemer zal daarentegen stellen dat je de omzet moet stimuleren. Dit is in een notendop het dilemma waarvoor ook politiek Den Haag zich thans gesteld ziet.
Probleem daarbij is dat in politiek Den Haag de boekhouders domineren. Weliswaar proberen enkele ministers door ‘management by speech’ de marktvraag te stimuleren. Maar dat lijkt eerder de lachlust dan de kooplust op te wekken.

Kortzichtig ad hoc beleid

Als de bezuinigingsdrang groot is, leidt dat tot ad hoc maatregelen die hun doel voorbij-schieten. Zo weten we uit de jaren tachtig dat de toen ingevoerde eigen bijdrage voor medicijnen meer kostte (180 mln) dan ze opleverde (130 mln). Het nadeel ging zitten in het voorschrijven van meer medicijnen per recept, wat tot een grote verspilling – en meer kosten – leidde.
Zo heeft de regering thans een vergelijkbare maatregel bedacht, de ondernemersaftrek van ZZP-ers kan wel wat minder. Ze boekt daar alvast 500 miljoen aan belastinginkom-sten voor in. Maar als nog geen 5% van de vele marginaal levende ZZP-ers daardoor wordt teruggeworpen op de bijstand, is het voordeel voor het rijk alweer verdwenen. Een eerste verkenning onder ZZP-ers leert dat bij het afschaffen van de ondernemersaf-trek zelfs 9% denkt z’n zaak te moeten opgeven. Resultaat: een groter tekort voor de overheid, doodslaan van economische activiteit (krimp), alleen de bijstandsambtenaren weten zich langer verzekerd van klanten.
Deze kortzichtigheid, inboeken van bezuinigingen zonder rekening te houden met te-genwerkende effecten, komt vaker voor. Maar het blijft onzichtbaar als de negatieve ef-fecten elders neerslaan. Bijv. een gemeente die de muziekschool-subsidie intrekt, houdt geen rekening met het feit dat de ontslagen docenten ten laste komen van de UWV (en na enkele jaren in de gemeentelijke bijstand). Het Rijk ontvangt minder loonbelas-ting/premie en de gedaalde koopkracht levert minder BTW op. Per saldo levert het de overheid weinig op, de gemeente boekt een tijdelijk voordeel ten nadele van het Rijk. Maar we hebben wel ettelijke werkloze en gefrustreerde docenten erbij. En dito mid-denstanders die de verminderde koopkracht ervaren: wederom krimp!

Schotten weghalen

Zo’n ‘bezuiniging’ is slechts een broekzak-vestzak manoeuvre, uitgelokt door de schot-ten tussen overheidsbudgetten. Het Rijk zou eens moeten beginnen deze schotten door-laatbaar te maken: schuiven tussen budgetten toelaten. Bijv. UWV-gelden gebruiken voor het scheppen of behoud van banen. Enige tijd terug hadden we een deeltijd-WW, waarbij UWV-gelden werden ingezet voor behoud van banen. De toenmalige minister Donner wist heel goed duidelijk te maken dat de overheid er per saldo voordeel van had.
Niettemin, ‘ontschotten’ is nog maar een bescheiden begin…..

Verschuiven van belasting

Belangrijker is dat er feitelijk een stevige accijns is gelegd op lonen. Dat werkt kostprijs-verhogend, vergt dus meer investering en vergroot het ondernemersrisico. Deze accijns remt de inzet van arbeid af en jaagt bestaande arbeid over de grens. Als je in plaats daarvan de heffingen verschuift van de input (lonen) van het productieproces naar de output (toegevoegde waarde), geeft dat een forse toename van welvaart en werkgelegenheid. *) Uit cijfers voor 2010 volgt dat de gemiddelde loonheffing van 44% kan wor-den ingeruild voor een 16% heffing over de toegevoegde waarde. Zo’n verschuiving zal dan al gauw 10% extra welvaartsgroei opleveren in enkele jaren.
Ook de Europese Commissie gaf in 2010 reeds als aanbeveling: ‘Shifting taxes away from labour should be a priority for all Member States in order to stimulate demand for labour and create growth.’

Producentenbelasting i.p.v. consumentenbelasting

De voorgestelde heffing toegevoegde waarde (HTW) is iets anders dan de huidige BTW.
Een ondernemer kan BTW aftrekken, met als gevolg dat deze doorschuift naar de con-sument. Een BTW verhoging voelt de consument direct in de portemonnee.
HTW is niet aftrekbaar voor de ondernemer, deze moet hij/zij zelf betalen. Maar daarte-genover staat een forse reductie van loonkosten. HTW kan je invoeren met behoud van de gemiddelde koopkracht. Het nettoloon blijft immers gelijk en de ondernemers krijgen de HTW gecompenseerd door lagere loonkosten. De compensatie kan wel verschillend uitpakken, wat maakt dat sommige prijzen zullen stijgen, andere zullen dalen.

Duurzame inkoop en productie aantrekkelijk maken

Een HTW leent zich uitstekend voor het stimuleren van duurzame inkoop en productie. Verhoog het algemene heffingspercentage en geef een heffingsaftrek voor duurzame inkoop en productie. De duurzaamheid moet worden aangetoond met certificaten, die zijn erkend door de overheid.
Dit werkt beter dan accijns op grondstoffenverbruik (ecotax). Een stevige accijns leidt al gauw tot ontwijkgedrag en vlucht van productie naar het buitenland. Daarentegen werkt een HTW-systeem met lagere loonkosten en aftrek voor duurzaamheid als belonen van gewenst gedrag: duurzaam produceren met meer werkgelegenheid!

Fiscale hervorming?

Thans ligt ook het advies van de ‘belastingcommissie’ Van Dijkhuizen op het bord van de regering. Maar deze commissie komt niet verder dan aanbevelingen in de marge van het huidige fiscale stelsel. Alleen Kamerlid Marianne Thieme heeft bij motie aandacht gevraagd voor een fiscale verschuiving ten gunste van arbeid en duurzaamheid.
In plaats van te bezuinigen als een stugge boekhouder wordt het tijd dat de regering inzet op een échte fiscale hervorming, een die als vanzelf groei oplevert!

drs. Peter W. Voogt
Ir. Piet van Elswijk
Lectoraat ‘Economie op Mensenmaat’, Stenden Hogeschool

*) Riedl en Van Winden (2011): “Input versus output taxation in an experimental international economy”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>